Parkieten

 

Grasparkieten

 

Het broedseizoen

 

Het broedseizoen voor grasparkieten in hun natuurlijke omgeving in Australië is afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende voedsel en water, dit zal aan het eind of kort na een regenseizoen zijn.

Voor de grasparkieten die hier bij ons die in een buitenvolière zitten begint het broedseizoen eind maart - begin april (afhankelijk van het weer) tot september. Mensen die een kweekruimte hebben of waarvan de parkieten binnen zitten hebben de broedomstandigheden zelf in de hand wat betreft de verlichting en verwarming, waardoor er in principe het hele jaar door gebroed kan worden.

Het wordt aangeraden om je pop niet meer dan twee keer per jaar een legsel te laten hebben. Het is ook niet zo dat u bepaalt wanneer de parkiet wil gaan broeden. Het is niet omdat het broedseizoen is, dat je parkieten er al automatisch klaar voor zijn.

U moet uw parkieten voorbereiden op het broedseizoen.

 

De voorbereiding

 

De grasparkieten bereid je voor door eerst te zorgen dat de daglengte overeenkomt met de natuurlijke daglengte aan het begin van een broedseizoen. Dit is ongeveer een 15 uur. Zorg ook dat je vogels goed, gezond, sterk en uitgerust zijn. Geeft kort voor de broedperiode dagelijks eivoer. Zorg ook dat ze voldoende kalk krijgen.

Breng alle broedkooien en blokken op orde met eventueel een extra schoonmaakbeurt. En als er nog veranderingen aan de broedhokken of blokken of kooien moet gebeuren doe het dan voor je parkieten gaan broeden, zodat je ze niet meer moet storen tijdens het broeden.

Zorg er ook voor dat je grasparkieten de goede leeftijd hebben om te broeden. Een popje moet minstens 1 jaar zijn en niet ouder dan 5 jaar en met een mannetje kan dat vanaf 10 maanden.

Als je de goede voorbereidingen hebt gedaan kun je beginnen met broeden.

 

 

 

Het broeden

 

Je parkieten zullen koppeltjes vormen en dan breekt de tijd aan om broedblokken (of nestkastjes) op te hangen.

De afmetingen van een goed nestkastje zijn 15x15x25 cm met een invlieggat van 4 tot 6 cm diameter.

Zorg er ook voor dat je één of twee nestkastjes meer hebt dan koppeltjes, om problemen te voorkomen. Parkieten broeden het liefste op een harde ondergrond dus bodembedekking is niet nodig. Wat wel belangrijk is, is een uitholling op de bodem, waarin het popje haar eitjes kan leggen zodat de eitjes niet weg kunnen rollen.

Als u van in het begin nestcontrole doet, dan wennen de parkietjes daar snel aan en zal het geen problemen geven als je dan even kijkt terwijl ze broeden.

Na het ophangen van de nestkastje begint ook het paren. Een enkele paring is voldoende om alle eitjes te bevruchten. Of de eitjes bevrucht zijn kun je na een vijftal dagen zien op twee manieren:

a. Je kan het aan de kleur zien: als de eitjes melkachtig wit zijn, zijn ze bevrucht. Blijven ze roze doorschijnend dan zijn ze onbevrucht.

b. Je houdt het eitje tegen het licht. Als je dan rode lijntjes ziet lopen in het eitje (dat zijn de bloedvaatjes en het hartje) dan is het eitje bevrucht. Zie je alleen roze doorschijnend dan is het eitje niet bevrucht.

Het eerste eitje mag je een tiental dagen na de paring verwachten en daarna legt het popje om de dag een eitje.

Een parkiet legt gemiddeld een vier tot acht eieren per legsel

 

 

 

Pas na het leggen van het tweede eitje begint het popje te broeden. Zij broedt dan ongeveer 21 dagen als het eerste kleintje geboren wordt.

Daarna wordt er net zoals er eitjes gelegd zijn om de dag een kleintje geboren. Je kan de kleintjes al een paar uur voor ze uit het ei komen horen piepen. ok daar zijn er uitzonderingen).

De eerste dagen worden de jongen gevoed door de moeder met kropmelk.

Kropmelk is een eiwitrijke afscheiding van de kropwand. Na een weekje gaat dan ook het mannetje mee helpen met het voeden van de kuikentjes. En langzaam leren de kuikentjes dan ook om hard voedsel (zaden) te eten en uiteindelijk om geheel zelfstandig te eten.

Na een viertal weken vliegen de kleintjes voor het eerst uit hun nest, waar ze overigens wel iedere avond opnieuw ingaan om de nacht door te brengen. Na 6 à 7 weken zijn de kuikentjes helemaal zelfstandig en kunnen ze bij de ouders weg.

 

 

 

Pas na het leggen van het tweede eitje begint het popje te broeden. Zij broedt dan ongeveer 21 dagen als het eerste kleintje geboren wordt.

Daarna wordt er net zoals er eitjes gelegd zijn om de dag een kleintje geboren. Je kan de kleintjes al een paar uur voor ze uit het ei komen horen piepen. Na de geboorte van de kleintjes gooien de meeste popjes de lege eischalen gewoon het nestkastje uit (ook daar zijn er uitzonderingen).

De eerste dagen worden de jongen gevoed door de moeder met kropmelk.

Kropmelk is een eiwitrijke afscheiding van de kropwand. Na een weekje gaat dan ook het mannetje mee helpen met het voeden van de kuikentjes. En langzaam leren de kuikentjes dan ook om hard voedsel (zaden) te eten en uiteindelijk om geheel zelfstandig te eten.

Na een viertal weken vliegen de kleintjes voor het eerst uit hun nest, waar ze overigens wel iedere avond opnieuw ingaan om de nacht door te brengen. Na 6 à 7 weken zijn de kuikentjes helemaal zelfstandig en kunnen ze bij de ouders weg.

 

 

 

Tot slot

 

Als je wilt beginnen met het kweken van grasparkieten zorg dan dat je voldoende ruimte, ervaring en kennis hebt. Kweken is niet altijd zo gemakkelijk als vaak staat beschreven. Het kan heel goed gaan maar er kan net zo vaak van alles fout gaan. Zoals al vaak is gezegd en geschreven: bezint eer ge begint.

 

_______________________________

 

 

 

Valkparkieten

 

Kweken algemeen deel 1.

 

Er komt wel wat meer kijken bij het kweken van parkieten dan een broedhok, een pop en een mannetje. Men moet ook tijd hebben om dit te doen, kennis van zaken hebben en zeker ook liefde voor de vogels.

 

Sommige beginnende kwekers hebben geen van allen. Ze willen gewoon zo snel mogelijk zo veel mogelijk parkieten hebben. Ergens achter in de tuin of op zolder staat dan een volière waar alles gebeurt. Dagelijks een hand voer en…hopsakee…we zijn er weer een dag vanaf.

 

Nee, zo gaan we natuurlijk niet kweken. Het moet beginnen met het tijd hebben om het te doen, de kennis hebben om het zo succesvol mogelijk te laten verlopen, de financiële middelen hebben om eventuele dierenartsbezoeken en medicijnen te bekostigen, het leuk vinden om je volières zeer frequent schoon te maken, geduld hebben om minder bedeelde parkieten te begeleiden, weten wat te doen bij panieksituaties, goede communicatieve eigenschappen hebben en een gezond begrip om kennis te vergaren en te geven bij medekwekers. Kortom, er komt nog heel wat bij kijken. De opgenoemde punten zijn maar slechts een klein gedeelte van het hele kwekersrecept.

 

Valkparkieten kweken

 

Eerste stap: een broedkoppel

natuurlijk heb je als eerste een broedrijp koppel valkjes nodig. dit wil zeggen een mannetjes valkparkiet en een vrouwtjes valkparkiet. vrouwtjes worden ook wel eens popjes genoemd. een mannetjes valkparkiet is in principe vruchtbaar vanaf 8-9 maanden, maar je kan beter wachten tot hij 1-1.5 jaar oud is, dan heb je meer kans op slagen van het nestje.

een popje moet ook minstens 1 jaar oud zijn, maar 2 jaar is beter. Anders hebben ze grotere kans op legnood. Deze kans verklein je door je valkjes genoeg sepia en kalk te geven. En het moet natuurlijk ook klikken tussen het stelletje. Daarom als je 1 valkje hebt (en je houdt ze binnen) en koopt er daarna een bij, zet dan de kooien bijelkaar. Om te zien of het dan klikt word vrij snel duidelijk. Je laat ze een voor een los en waarschijnlijk zoeken ze elkaar dan op. Als je denkt dat het klikt en ze gaan vaak naar de ander kun je dit ook zien aan dat hun zwart in de ogen groter worden

 

Tweede stap:een verblijfplaats

Om succesvol een nestje groot te brengen kan je de valkjes best in een voliere houden, of een grote kooi. in een kleine kooi is een nestje mogelijk, maar gaat het minder vlot verlopen. het ideale is een grote buitenvoliere, maar een grote kooi binnen kan ook. ikzelf prefereer een buitenvoliere, maar sommige mensen die ook graag kleine valkjes willen hebben hier niet altijd plaats voor.

 

Derde stap: Een geschikt nestblok

Een geschikt nestblok is heel belangrijk. Het mag niet te klein zijn, maar ook weer niet te groot. Het te klein zijn spreekt wel voor zichzelf denk ik ,maar het te groot zijn misschien niet. Als een broedhok te groot is kan het zijn dat je valkjes er niet goed in broeden, omdat ze zich niet veilig voelen. Dit is mijn ondervinden, maar het is daarom niet bij elk valkje zo.

voor de precieze maten en afstanden verwijs ik naar de prima foto's van paul. Het beste is om 2 blokken per koppel op te hangen, zo hebben ze nog een beetje de keuze. maar heb je hier de plaats niet voor dan volstaat 1 blok ook wel.

 

Vierde stap: nestmateriaal.

in principe hebben valkjes geen nestmateriaal nodig, en volstaat een kuiltje in de bodem, toch zou ik aanraden nestmateriaal te verschaffen. Dit moet rechtstreeks in het broedblok gelegd worden. Dit kunnen beukensnippers, houtkrullen, ... zijn. wel geen snippers van een giftige boom.

Het nestmateriaal mag wel niet te hard of scherp zijn, omdat jonge valkjes heel fragiel zijn, en zich makkelijk kunnen bezeren.

 

Vijfde stap: de paring

Als man en pop de nestkast geïnspecteerd hebben, vind de paring plaats. Dit gebeurd het beste op een vast object, dus niet op een schommel of draaiende zitstok, dit benadeeld de kwaliteit en de slagings kans van de paring. Tijdens de paring balanceert de man op de rug van het popje. Na de paring is het ongeveer een week a twee weken wachten op het eerste eitje.

 

Zesde stap:Het broeden

valkparkieten broeden allebei op de eitjes. Meestal broed het mannetje overdag, en het popje 's nachts. Maar dit kan ook anders zijn hoor, dus maak je geen zorgen moest dit zo zijn.

Valkjes broeden 18-21 dagen op hun eitjes. Na deze tijd kippen of komen de eitjes uit. In een voliere gaat dit heel goed, maar in een kamer moet de luchtvochtigheid ongeveer 60 % zijn. Dit is heel belangrijk voor de eitjes, i.v.m. uitdrogen enzo. Tijdens het broeden kan je de eitjes schouwen als ze ongeveer een dag of vier oud zijn. Dit doe je met een heel sterk lampje. Als de eitjes bevrucht zijn zie je normaal allemaal rode bloedvaatjes lopen. Zie je dit niet , dan moet je de eitjes toch nog maar laten liggen, ze kunnen nog steeds bevrucht zijn.

 

Zevende stap: er zijn jongen.

Wat te doen als er jonkies zijn. In principe moet jij als mens niets doen. De ouders zorgen perfect voor de jongen. Alleen moet je zorgen voor nog meer groenvoer, eivoer,... . De jongen worden de eerste dag nog niet gevoerd, omdat ze dan nog leven van de overschot van de dooier. Vanaf dag 2 beginnen de ouders intensief te voeren. Hun behoefte aan eivoer is nu veel groter, omdat ze moeten delen met de jonkies.

 

Achtste stap: De jongen vliegen uit.

Na een week of vier/vijf in het nestblok vertoefd te hebben, vliegen de jongen geleidelijk aan uit. De oudste normaal eerst, en dan de volgende en de volgende... Na nog eens twee weken uit het blok te zijn geweest zijn de jongen normaal zelfstandig en ze nemen nu ook zelf zaadjes op.

Moest dit nog niet zo zijn, geen paniek, bij de ene duurt het wat langer als bij de andere.

 

 

 

Het kweken met valkparkieten deel 2.

In het voorjaar kan je buiten kweken.

De valkparkiet kan goed tegen de koude

Je kunt met valkparkieten in kolonieverband kweken of apart per koppel.

Als je de keuze maakt om in kolonie te gaan kweken moet je op enkele punten letten:

Zorg voor een ruime kooi.

Als je de koppels erin zet, dan allemaal tegelijk, dit om ruzie te voorkomen

Zorg voor evenzoveel mannen als poppen

Doe een oneven aantal b.v. 3 of 5 koppels in een kooi, ik heb daar de beste resultaten mee.

Hang meer broedblokken in de kooi dan dat er koppels in zitten

Hang de blokken op gelijke hoogte en zet schotjes tussen de blokken om het verstoren van elkaar te voorkomen.

Nadeel, je weet nooit 100 % zeker wie met wie paart.

Het risico dat er gevochten wordt is het grootst als er een valk dood gaat

Dus om alle risico te voorkomen is 1 koppel per kooi de allerbeste methode.

Begin maart wordt de broedblok in de kooi gehangen.

De broedblok wordt dan weldra door de man bezocht en geïnspecteerd.

Snel daarna zal het koppel paren.

Ongeveer 10 dagen later zal het eerste ei gelegd worden, dit kan soms wel oplopen tot 9 eieren.

Normaal tel ik 26 dagen vanaf het eerste ei dat de jongen moeten uitkomen.

Dit kun je ook zien aan het koppel.

De hele broedperiode broedt de man overdag en de pop ’s nachts, alleen als de eieren uitkomen zit de pop overdag in de broedblok (is maar een tip).

Na ongeveer 7 tot 10 dagen moeten de jonge vogels geringd worden.

Elke dag eivoer en wat extra zonnepitten en de jonge valkparkieten groeien als kool.

Wat extra trosgierst wordt door sommige valkparkieten graag gegeten.

Eenmaal per week wat knoflookpoeder onder het eivoer tegen de wormen en tevens reinigt het de darmen.

Tot slot: De jonge vogels na het uitvliegen nog ongeveer 3 weken bij de ouders laten rondvliegen tot ze goed zelfstandig zijn en pas dan in een ander kooi zetten.

(Niet vergeten de broedblokken goed te ontsmetten na de kweek en elke keer als je weer opnieuw begint met de volgende broedronde)

Op de bodem van de broedblokken ongeveer 5 cm schaafkrullen leggen, niet van eikenhout, dat bevat looizuur, dus vuren of grenen hout zijn erg goed.

Veel succes.

 

 

 

Van kuiken tot volwassen vogel.

 

Pas uitgekome

ca. 4-5 gr.

Roze huid, met geel dons bedekt, kale kop, ogen gesloten, snavel, pootjes en nagels vleeskleurig; ondersnavel breed als een kleine lepel

Kunnen niet zitten, de kop niet opheffen, worden met bijna vloeibare voeding, de zogenaamde kropmelk, gevoerd

 

4de-5de dag

ca. 15 gr.

Ogen gaan langzaam open

Duidelijk waarneembare bedelgeluiden

10de dag

ca. 35 gr.

ogen geheel geopend, eerste kleine veertjes, op de kop zijn de eerste kuifveertjes zichtbaar

Kunnen hun kopje al opheffen en zacht sissen; worden in toenemende mate met voorverteerde zaden en granen gevoerd; bedelen met pompende kopbewegingen naar voer

 

12de-27ste dag

40-60 gr.

Eitand valt af, snavel is uitgehard, de eerste veren ontvouwen zich, ten dele is de latere kleur al te herkennen

Kunnen ouders herkennen, sissen tegen vermeende vijanden

 

28ste-35ste dag

ca. 80 gr.

Verenpak nagenoeg compleet, slechts enigszins matter van kleur dan volwassen parkieten

Trainen in de nestkast hun vleugels, vliegen kort daarop uit, kunnen weliswaar vliegen, maar moeten dat nog perfectioneren.

 

Met ca. 35-40 dagen

80-100 gr.

Verenpak compleet

Beginnen langzamerhand zelfstandig te eten, de hoeveelheid voer die de ouders geven wordt steeds geringer

 

Ca. 6 maanden

80-100 gr.

Jeugdrui in het intensief gekleurde volwassen verenpak

Geheel zelfstandig

 

9 maanden

80-100 gr.

Gekleurd als volwassen parkieten

Geslachtsrijp

 

 

_______________________

 

 

Roodrugparkiet

 

De roodrugparkiet is vanwege zijn goede kweekeigenschappen, zijn mooie voorkomen en zijn prettige zang, een veel gehouden vogel in onze avicultuur. De volledige Latijnse naam luidt Psephotus haematonotus, hetgeen zoveel betekent als met bloed inlegde mozaïek rug. De roodrugparkiet kent 2 ondersoorten, de gewone- (Psephotus haematonotus haematonotus) en de bleke roodrugparkiet (Psephotus haematonotus caeruleus

 

UITERLIJK EN GESLACHTSONDERSCHEID

 

De roodrugparkiet meet ongeveer 27 cm en weegt ongeveer 70 gram. Er is een duidelijk verschil tussen de man en de pop. De hoofdkleur van de man is overwegend groen, maar vertoont wel verschillende schakeringen. De kop en hals zijn blauwachtig groen terwijl de borst meer geelgroen is. De buik is geel en de vleugels zijn blauwachtig groen met op de voorste vleugeldekveren een gele vlek. De stuit is rood, waaraan de roodrugparkiet zijn naam te danken heeft. De onderstaartdekveren zijn witachtig terwijl de buitenste staartveren blauwachtig groen van kleur zijn. De poten en de snavel zijn vaal grijs van kleur. De pop is een stuk minder opvallend van kleur en is overwegend olijfgroen. Buik- en vleugeldekveren hebben zwarte randjes. Op de vleugelboog bevinden zich een paar blauwe veertjes. De mooie opvallende rode stuit ontbreekt volledig bij de pop.

 

De bleke roodrugparkiet ziet er in grote lijn hetzelfde uit maar is in zijn geheel iets bleker van kleur. Het rood van de man is meer oranje en verder schijnen bij zowel de man als de pop iets meer grijstinten door.

Jonge mannetjes zijn in het nest al vrij snel te herkennen door hun rode stuitveertjes en groenere kopveren. Bij het uitvliegen zijn alle kleuren nog wat matter, maar na een maand of 4 tot 5 zijn de vogels al volledige op kleur.

 

HET LEEFGEBIED IN HET WILD

 

De gewone roodrugparkiet komt voor in zuidoost Australië. De bleke roodrug parkiet komt met name voor in het Cooper-Creek gebied in Queensland in noordoost Australië. Hoewel roodrugparkieten niet erg kieskeurig zijn houden zich bij voorkeur op in open beboste savannen. Echte dicht beboste gebieden vermeiden ze liever.

 

 

Natuurlijk leefgebied van de roodrugparkiet, de gewone roodrugparkiet komt net name voor in het zuidoosten van Australië , bleke roodrugparkiet komt met name voor in het noordoisten van Australië.

 

Meestal bevinden ze zich wel in de nabijheid van water. Kort na zonsopgang begeven de vogels zich naar het water om te drinken en te baden. Daarna zoeken ze hun voedselgebieden op waar ze zich tot aan de schemering ophouden.

 

 

Roodruggen zijn vaak in de nabijheid van water te vinden.

 

Een groot deel van de dag brengen ze daar door op de grond op zoek naar voedsel. Graszaden zijn hun hoofdvoedsel maar ook verschillende onkruidzaden en de zaden van struiken zoals acacia's worden graag genuttigd. Opvallend is dat ze vaak pas op het laatste moment wegvliegen als ze benaderd worden.Op het warmst van de dag rusten ze

 

Roodrugparkieten begeven zich vaak op de grond op zoek naar voedsel.

 

Roodrugparkieten zijn echte cultuurvogels geworden. Op deze foto doen ze zich te goed aan gemorst graan op een groot Australisch boerenbedrijf.

 

Gewoonlijk worden ze paarsgewijs of in kleine groepen aangetroffen. Buiten het broedseizoen vormen ze echter vaak grote zwermen van 100 vogels en meer.

 

Tijdens mijn speurtocht naar informatie over de roodrugparkiet kwam ik een tweetal leuke video's tegen van roodrugparkieten in hun natuurlijke leefgebied.

 

HET BROEDPROCES IN HET WILD

 

Over het algemeen broeden roodrugparkieten in gaten en holen in oude eucalyptusbomen in de nabijheid van water. Regelmatig worden er meerdere nesten dicht bij elkaar aangetroffen. Het broedseizoen loopt normaal gesproken van augustus tot december. Afhankelijk van de hoeveelheid regen en daarmee het voedsel aanboed kan dit soms ook enkele maanden eerder zijn. De nestholten kunnen zowel vlak boven de grond als hoog in de bomen worden aangetroffen. Soms liggen de nestholten maar enkele centimeters onder de ingang maar ook nestholten met een diepte van 2 meter komen voor. Ook broedt de roodrugparkiet wel in verlaten nesten van andere vogels, in broedgangen van bijeneters en onder de strodaken van schuren.

 

Een roodrug man op wacht bij zijn 'kraamkamer' .

 

In de regel bestaat een legsel uit zo'n 4 tot 6 eieren gelegd. welke om de dag gelegd worden. De eieren worden, meestal na het derde ei, uitsluitend door de pop bebroed en komen na ongeveer 19 tot 20 dagen uit. Gedurende de broedperiode wordt de pop voornamelijk door de man gevoed. Meestal wordt het nest hiervoor voor korte tijd even verlaten. Wanneer de eieren uit zijn gekomen worden de jongen in het begin uitsluitend door de pop gevoerd. Wanneer de jongen hun verenkleed beginnen te ontwikkelen, meestal na een dikke week, begint ook de man te helpen met het voeren van de jongen. Op een leeftijd van ongeveer 4 tot 5 weken verlaten de jongen het nest en voegen ze zich meestal samen samen met hun ouders bij grotere groepen. De jongen zijn nog 2 tot 3 weken afhankelijk van hun ouders voordat ze volledig zelfstandig kunnen eten. Meestal worden er 2 legsels geproduceerd, maar ook 3 komt voor.

 

DE ROODRUGPARKIET IN ONZE VOLIERES

 

Huisvesting

 

Omdat roodrugparkieten goede en snelle vliegers zijn is het aan te raden om ze zeker buiten de broedperiode in een ruime volière te huisvesten. Ik houd mijn roodruggen zelf in een buitenvlucht van 4 meter met een binnenhok van bijna 3 meter tezamen met diverse andere soorten parkieten. Hoewel ze ons klimaat goed verdragen en zeer sterk zijn, is het net als bij de meeste vogels toch wel aan te raden ze te voorzien van een tocht, vocht en vorst vrij binnen verblijf. Buiten de broedperiode plaats ik de roodruggen in een eigen kweekkooi van 150 x 80 x 60 cm.

 

Gedrag

 

Roodrugparkieten zijn overwegend rustige, stille vogels. Daarnaast zijn het sterke en attractieve vogels die zich gemakkelijk aanpassen en eenvoudig voortplanten. Ze stellen geen bijzondere eisen aan hun verzorging en zijn dan ook uitermate geschikt voor de beginnende liefhebber. Zowel man als pop laten een mooi en zacht melodieus gezang horen. Buiten de broedtijd kunnen ze samen met andere parkietensoorten worden gehouden. Soortgenoten in eenzelfde verblijf, ook buiten de broedperiode, kunnen ze echter niet verdragen.

 

Net als in de natuur vertoeven roodrugparkieten ook in onze volières graag op de grond op zoek naar voedsel.

 

Kweken in een voliere

 

In de Londense dierentuin werd de roodrugparkiet rond 1850 voor het eerst met succes in avicultuur gekweekt. De eerste kweekresultaten in Nederland dateren van 1865.

 

In de broedtijd is de roodrug, zoals eerder gezegd, agressief tegenover andere vogels en het is daarom aan te bevelen om deze roodruggen in de broedperiode in een aparte kooi te houden en niet in een gemengde volière. Buiten de broedperiode houd ik ze zelf in een gemengde volière met o.a. swiftparkieten, bergparkieten en diverse neophema soorten. Al heel vroeg in het voorjaar, begin maart, worden de roodruggen apart gezet in een kweekkooi, om problemen te voorkomen. Omdat het goede vliegers zijn dient de broedkooi niet te klein te zijn bijvoorkeur niet kleiner dan 150 cm.

 

Het is, zoals bij de meeste parkieten, verstandig meerdere nestblokken te verstrekken zodat de vogels zelf hun keuze kunnen maken. Als nestmateriaal kan, net als bij de meeste parkietensoorten, gebruik gemaakt worden van vochtig rottend hout, houtspaanders of zaagsel welke vermengd wordt met onbemeste potgrond of turf. De nestblokken kunnen begin maart in de volière worden opgehangen.

 

De roodrug brengt meestal twee nesten per jaar groot. De nesten bestaan uit 4 tot 6 eieren en de jongen worden voorbeeldig groot gebracht, als ze na ongeveer 20 dagen zijn uitgekomen. Nestkastcontroles worden meestal zonder problemen toegelaten. De ringmaat is 5 mm. Hoewel roodrugparkieten niet erg kieskeurig zijn, voldoet een nestkast van 20 x 20 x 40 cm, met een invlieggat van een doorsnede van 6 cm, het beste. Zowel eigen gemaakte nestkasten als natuurbroedblokken voldoen uitstekend. Als de jongen 2 tot 3 weken uitgevlogen zijn, moet men de man in de gaten houden, omdat hij agressief kan worden tegenover zijn eigen zonen omdat de ouders aan een volgende legsel willen beginnen.

 

 

koppel roodruggen in hun nestkast,

Vanwege hun voorbeeldige ouderschap en broedgedrag worden roodrugparkieten door kwekers regelmatig met succes ingezet als pleegouders voor parkieten soorten (met name de duurdere) die deze eigenschappen in veel mindere mate vertonen. Uiteraard is het aan te raden om in die gevallen het formaat van de eieren en vogels niet te veel te laten afwijken van die van de roodrug zelf.

 

Voeding

 

Mijn roodrugparkieten krijgen als basis een zaadmengsel voor neophema's maar ook een gangbaar mengsel voor grote parkieten voldoet prima. Verder vul ik hun dagelijkse kost aan met onkruidzaden, fruit, groente, kiemzaad, eivoer en universeel voer. Zoals alle parkieten zijn ze ook gek op trosgierst. Uiteraard dient er iedere dag verse water ter beschikking te staan. Voor de vereiste mineralen zorg ik dat er altijd schoon grit en maagkiezel ter beschikking staat. Om de keus wat groter te maken hangt er ook altijd een stuk sepia en een mineraalblok in mijn volière.

 

MUTATIES

In de loop der jaren zijn er een zeer groot aantal kleurmutaties door diverse liefhebbers van mutatie kweek gekweekt. Zonder in detail in te gaan op de mutatie kweek wil ik u een aantal foto's van prachtige kleurmutaties niet onthouden.

 

 

De Koninklijke Vogelvrienden Essen