Goudvink

 

Goudvink

 

Verspreiding:

De goudvink komt in verschillende rassen van Europa tot diep in Azië voor. Er is een behoorlijke variatie in grootte. Zo is de kleine goudvink ongeveer 14 cm. groot en de Noordse goudvink 17 tot 18 cm.

Grootte:

De grootte varieert zo als hier boven al beschreven van 14 tot 18 cm.

 

Geslachtsonderscheid:

Er is een duidelijk verschil tussen beide geslachten. De mannen hebben een prachtige rozerode borst en buik. De poppen zijn minder kleurrijk. Zij zijn egaal mat bruin van kleur met een grijze waas op de borst en de buik.

 

Karakter:

De goudvink is een zeer geliefde vogel onder vogelliefhebbers. Over het algemeen kunnen ze het goed vinden met andere vogelsoorten, zoals bijvoorbeeld groenlingen en sijzen. Wel is het belangrijk dat de vogels in paartjes gehouden worden. Ook het houden van meerdere paartjes behoort tot de mogelijkheden.

 

Omgevingstemperatuur:

Goudvinken komen in geheel Europa voor, dus de temperatuur hier in Nederland zal geen problemen opleveren. Wel is het belangrijk dat de vogels kunnen beschikken over een droog en tochtvrij nachthok.

 

Voeding:

Goudvinken zijn zaadeters. Als basis dient daarom een zaadmengsel voor goudvinken te worden verstrekt. Daarnaast dienen allerlei onkruidzaden, graszaden, paardebloemknoppen, knoppen van vruchtbomen, bessen, groenvoer, eivoer en gekiemd zaad te worden verstrekt. Natuurlijk dienen ook maagkiezel en grit vrij ter beschikking te staan. Indien er jongen zijn zal de voeding moeten worden aangepast. Met name is er dan behoefte aan allerhande insecten en hun larven. Een zeer succesvol opfokvoer dat ik in de literatuur tegenkwam was dat van F. Herens. De samenstelling van zijn eivoer bestond uit:

•150 gram beschuitmeel

•2 hard gekookte eieren

•1 soeplepel 7 granen

•1 soeplepel tarwekiemen

•1 theelepeltje profitar ( is voor kinderen van 0 tot een half jaar)

•1 liga

•1 mespuntje megabaktin

•1 mespuntje commetavis

•1 schepje aves opfok in de zomer

•1 schepje aves kracht in de winter.

•1½ hand pinkies**

•½ hand negerzaad

•½ hand gebroken haver

** Als er jongen zijn

 

Kweek:

De beste broedresultaten met goudvinken worden behaald in broedkooien en vluchtjes van 2x1x2 (hxbxd). Eind april kunnen de vogels bij elkaar geplaatst worden in broedkooi of vluchtje. Hang in een beschut deel van de kooi of vlucht een half open nestkastje op. Verder dient nestmateriaal verstrekt te worden in de vorm van kokosvezel, grasstengels, veertjes e.d. Al gauw zal de pop een nest gaan bouwen. De man helpt niet mee maar blijft wel steeds met nestmateriaal in zijn bek rond het popje draaien. Als het nest klaar is mag na enkele dagen het eerste eitje verwacht worden. Gemiddeld legt het popje 4 tot 5 eitjes die lichtblauw tot lichtgroen van kleur zijn met donkere vlekjes. Allen het popje bebroed de eieren. Na ongeveer 12 tot 14 dagen komen de jongen uit het nest en nog eens 2 weken later vliegen ze uit. De voeding voor de jongen staat bij het onderdeel ' Voeding' op deze webpagina reeds beschreven. Ingavl u geen gebruik maakt van bovenstaand recept is het noodzakelijk naast het verstrekken van eivoer ook levend voer zoals buffalowormpjes en fruitvliegjes te verstrekken Dit dient meerdere keren per dag te worden verstrekt.

 

Coccidiose:

Goudvinken zijn erg gevoelig voor coccidiose. Wanneer een vogel dik gaat zitten zal direct ingegrepen moeten worden. Vang de vogel uit en bekijk de buik. Is het buikje rood dan heeft de vogel coccidiose en moet hij/zij behandeld worden.

Beter is het om de vogels om de vier tot vijf weken preventief te kuren met EsB3-30%. Los 1 gram EsB3 op in één liter water en geef dit gedurende 5 dagen aan de vogel(s). Geef daarna gedurende 2 dagen een multivitamine/mineralen preparaat, bijvoorbeeld Aminofital (= voor duiven).

 

Mutaties:

Bij de goudvink kennen we inmiddels al een behoorlijk aantal mutaties zoals, bruin, pastel, ino, bruinpastel en bleekvleugel. De ino-factor vererft recessief. De overige mutaties vererven geslachtsgebonden.

<MAN - POP >

De Koninklijke Vogelvrienden Essen