HUISMUS

 

Huismus

 

Verspreiding:

 

De huismus komt vrijwel over voor waar mensen wonen.

 

Grootte:

 

De huismus is ongeveer 15 centimeter groot.

 

Geslachtsonderscheid:

 

De man kenmerkt zich door een kastanjebruine kop en rugdek en een zwarte kinvlek die uitloopt tot in de borst. Het popje is veel minder intensief van kleur en bezit een grovere bestreping op het rugdek. Voor het overige verwijs ik graag naar de afbeeldingen.

 

Karakter:

 

Buiten de broedtijd leveren de vogels weinig problemen op met overige vogelsoorten. Breekt echter de kweektijd aan dan worden ze dominant en agressief richting de andere vogels. In de kweektijd moeten ze daarom apart gezet worden.

 

Omgevingstemperatuur:

 

De huismus is winterhard. De meest geschikte huisvesting bestaat uit een beschutte vlucht die beplant is met groen blijvende struiken, zoals verschillende soorten coniferen.

 

Voeding:

 

Huismussen zijn zaadeters. Als basis dient daarom een zaadmengsel voor Europese cultuurvogels ook wel 'wildzangzaad' genoemd te worden verstrekt. Daarnaast kunnen allerlei onkruidzaden, graszaden, paardebloemknoppen, knoppen van vruchtbomen, bessen, groenvoer, universeelvoer, eivoer, (enkele) meelwormen, brood en gekiemd zaad gegeven worden. Natuurlijk dienen ook maagkiezel en grit vrij ter beschikking te staan. Indien er jongen zijn zal de voeding moeten worden aangepast. Met name is er dan sterke behoefte aan allerhande insecten (bladluis, fruitvliegjes, buffalowormpjes) en hun larven.

 

Kweek:

 

Huismussen maken hun nest graag op een beschutte plaats. Ze bouwen een vrijstaand nest in een dichte struik en als de mogelijkheid er is onder dakpannen. Ook een gesloten nestkastje wordt geaccepteerd. Hang deze in een beschut deel van de kooi of vlucht. Verder dient nestmateriaal verstrekt te worden in de vorm van kokosvezel, grasstengels, veertjes, dierenhaar e.d. Al gauw zal de pop een nest gaan bouwen. Als het nest klaar is mag na enkele dagen het eerste eitje verwacht worden. Gemiddeld legt het popje 4 tot 6 blauwachtig gekleurde eitjes. De eitjes worden overwegend door het popje bebroed. Na ongeveer 13 tot 14 dagen komen de jongen uit het nest en nog eens 2½ week later vliegen ze uit. De jongen worden door beide ouders gevoerd. De voeding voor de jongen staat bij het onderdeel ' Voeding' op deze webpagina reeds beschreven.

 

Mutaties:

 

Bij de huismus zijn al verschillende kleurmutaties ontstaan, zoals agaat, bruin, opaal, isabel, roodbruin, pastel, phaeo, satinet, albino, wit en zwartborst. De opaal-factor vererft recessief. Zwartborst en en phaeo dominant en de overige mutaties vererven geslachtsgebonden.

<MAN - POP >

De Koninklijke Vogelvrienden Essen