Ziekenkooi

 

Ziekenkooi

 

Allereerst is het van belang dat we herkennen wanneer een vogel ziek is. In ernstige gevallen zal het vrij eenvoudig zijn om een zieke vogel van een gezonde te onderscheiden. Toch kan het ook voor komen dat een vogel er gewoon “niet fris' bijzit. Vooral een kweker met ervaring zal dit direct herkennen. Dit betekent dan ook dat je regelmatig je vogels moet observeren om “ziektegevallen” direct te herkennen. Wanneer een vogel er “niet geheel fris” bijzit krijgt hij heel vaak niet de verzorging die op dat moment gewenst is. Vaak kijkt de verzorger het nog even aan en grijpt niet in. Toch zou dit wel direct moeten omdat een dergelijke vogel, ondanks dat hij nog geen directe ziekteverschijnselen vertoont, vrij gemakkelijk andere vogels kan besmetten, bijvoorbeeld door de ontlasting. Ik zou daarom ook willen zeggen: 'Elke vogel waarvan je vindt dat hij niet in conditie is, moet je direct uitvangen en apart zetten. Zorg er vervolgens voor dat je de betreffende vogel ongemerkt kunt bekijken. Merkt de vogel ons namelijk op dan zal hij zich heel anders gedragen en veelal glad in de veren zitten, ja zelfs kunnen gaan vliegen. Op zo'n moment denk je al snel dat de vogel niets mankeert. Ogenschijnlijk niets aan de hand, maar als we ons verwijderd hebben, neemt hij zijn ziekelijke houding (gesloten ogen, opgezette veren) weer aan. Dit “bolzitten” zoals we een dergelijke houding noemen is de belangrijkste kenmerk van een zieke vogel.

 

Een vogel met dergelijke kenmerken kan reeds in een ver gevorderd stadium ziek zijn. In het algemeen geldt dan ook dat een zichtbaar zieke vogel ernstig ziek is. Bij een zieke vogel is de warmteregulatie verstoord en daarom zal de vogel in de regel minder voer op gaan nemen dan normaal. Dit minder eten heeft tot gevolg dat hij vermagert en na verloop van tijd moeite zal krijgen zijn lichaamtemperatuur op peil te houden. Door nu “bol te gaan zitten” probeert de vogel zijn lichaamswarmte zo goed mogelijk van de omringende lucht te isoleren. In dit stadium is het belangrijk dat we de vogel extra warmte gaan geven.

 

Deze extra warmte kan gegeven worden door de vogel in een kant en klaar gekocht ziekenkooitje te plaatsen dan wel in een zelf gemaakte en of zelf gecreëerde ziekenkooi. Een kant en klare ziekenkooi is veelal een kleine kooi (afmeting: 40 cm. hoog, 20 cm. diep en 40 cm. breed) die geheel van metaal is en waar een ingebouwde verwarming (veelal een lamp) en thermometer aan toegevoegd is. Zo'n metalen kooitje kan gemakkelijk schoon gehouden en gedesinfecteerd worden.

Hoewel zo'n kant en klare ziekenkooi natuurlijk heel gemakkelijk is, is het ook mogelijk om een zieke vogel bijvoorbeeld in een showkooitje te plaatsen dat op een warme plaats wordt gezet. Zo'n warme plaats is bijvoorbeeld boven op de radiator van de centrale verwarming en of voor of naast de kachel. Een thermometer is nodig om de temperatuur in de gaten te houden. De temperatuur moet ongeveer 30 C zijn. Door de warmte zal de vogel meestal meer water gaan drinken. Hier dient dus rekening mee gehouden te worden. Wat echter de juiste temperatuur voor een zieke vogel is, kan alleen zijn gedrag ons vertellen. Blijft de vogel “bolzitten” dan kan de temperatuur nog te laag zijn. Gaat de vogel met open snavel hijgen, dan is de temperatuur te hoog. Warmte van een infrarood lamp dringt enkele millimeters in de huid door van de zieke vogel. Naast warmte moet de vogel ook een wat koelere plek kunnen vinden. Zorg er verder voor dat er niet te veel licht in de ziekenkooi kan doordringen omdat te veel licht de vogel kan irriteren. Zet de ziekenkooi verder op een rustige, tochtvrije en rookvrije plaats.

 

Voor het maken cq. creëren van een ziekenkooi zijn de volgende zaken van belang.

Gebruik een (kist)kooi van ca. 40 cm. hoog, 20 cm. diep en 40 cm. hoog. Eén en ander is natuurlijk wel afhankelijk van de grootte van de vogels. Een ceresamadine kan met een kleinere kooi (bijv. t.t.-kooi) toe dan een Pennant Rosella (bijv. 50 cm. hoog, 30 cm. diep en 50 cm. breed). Voorzie de kooi aan de voorkant van traliewerk en een deurtje.

Maak de kooi van gemakkelijk te reinigen materiaal (bijv. trespa, metaal e.d.).

Voorzie de kooi van een thermometer.

Voorzie de kooi van een warmte bron (bijv. een gloeilamp van 60 watt en of infrarood lamp). Wanneer je geen infrarode lamp bezit zou ik je als tip willen meegeven dat deze tegenwoordig regelmatig te koop worden aangeboden in zogenaamde “Kringloopwinkels” voor niet al te veel geld! Het is echter ook mogelijk het kooitje op de radiator van de centrale verwarming te zetten en of voor of naast een kachel te plaatsen. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een lamp is het wel belangrijk dat de vogel genoeg ruimte heeft om van de warmtebron weg te kruipen zodat hij niet oververhit raakt (bij het plaatsen van een “open kooi” op of voor een radiator zal oververhitting minder snel voor komen!).

Voorzie de bodem van een schuiflade zodat de ontlasting gemakkelijk verwijderd kan worden.

Maak boven de schuiflade in de kooi een los gaasraam (dit zorgt ervoor dat de vogel niet met zijn ontlasting in aanraking komt!) De maaswijdte van het gaas dient aangepast te zijn aan de grootte van de vogel. Het gemakkelijkste is om het gaas aan twee zijden om te buigen en vervolgens in de lade te plaatsen.

Plaats de zitstok(ken) zo dat de vogel gemakkelijk bij voer en water kan komen. Bij ernstig zieke vogels is het gunstig als de zitstok juist boven de gaasbodem is geplaatst. De staart van de vogel kan dan op de gaasbodem rusten zodat de vogel gemakkelijk zijn evenwicht kan houden. De dikte van de stok dient zodanig te zijn dat de tenen van de vogel de stok niet kunnen omvatten.

Leg op de bodem van de schuiflade waterbestendig materiaal, bijvoorbeeld plastic of vetvrij papier, zodat de ontlasting goed te onderscheiden is..

De Koninklijke Vogelvrienden Essen